Waar het ècht op aan komt

04-05-2018 20.00u. Het openbare leven wordt voor een moment stilgelegd. En alle aandacht wordt in het hele land getrokken naar één onderwerp: de wreedheid van de oorlog.

Ging dat over de hele wereld maar zo, in elk land, elk jaar. Zou er dan overal vrede zijn?

 

Ik was op dat moment met vakantie in Brabant en naast het vakantiepark waar ik verbleef, was een oorlogsbegraafplaats. Wat doe je dan? Dan ga je naar de dodenherdenking. Met de speurende blik van de afscheidsfotograaf in mij: wat gebeurt er, wat is waardevol om vast te leggen in beeld. Om niet te vergeten.

 

Eigenlijk waren alle bezoekers nabestaanden van al die militairen die er begraven waren. In de tijd: wij leven ná hen, en in verbondenheid: zij gaven hun leven voor onze vrijheid. Dat brengt ons bij elkaar    

De herdenking was zorgvuldig voorbereid. Veel mensen hadden zich er voor ingezet om er een waardig moment van te maken. Om de doden te eren en niet te vergeten. En om de onbetaalbare waarde van verbondenheid en vrijheid zichtbaar te maken.

 

De burgemeester sprak en legde samen met zijn vrouw de krans. Er waren meer sprekers. Allemaal spraken zij indrukwekkende woorden. Ook de muziek die werd gespeeld en de bloem die bij elk graf werd gelegd door padvinders, was bijzonder.

En toch sprong er één spreker uit: mevrouw Hanna Geervliet. Haar verhaal maakte diepe indruk. Zij had als joods kind de oorlog overleefd.

Zij woonde in Amsterdam toen haar vader en moeder werden opgepakt. Eerst haar moeder die op 3 december 1942 in Auswitsch werd vermoord. Later haar vader, hij werd op 4 juni 1943 in Sobibor vermoord.

Ook werd haar oma opgepakt. Oma zorgde op dat moment voor haar, samen met Johanna, het oudere nichtje van Hanna. Een paar dagen later werd de driejarige Hanna opgehaald en naar de verzamelplek tegenover de Hollandsche Schouwburg gebracht.

 

De beheerder van deze schouwburg was Walter Süskind. Aan hem heeft Hanna haar leven te danken. Zij stond al in de rij om op transport te worden gezet toen hij haar bij de hand nam en haar uit de rij trok en naar Johanna bracht die in zijn kamer zat.

 

Toen begon voor Hanna het vluchten en onderduiken. Verschillende keren werd ze verraden en moest er weer een andere, veiliger plek gezocht worden.

Hanna en haar nicht Johanna hebben beide de oorlog overleefd. De andere familieleden zijn allemaal in de oorlog vermoord.

 

Nu ik dit zo schrijf, merk ik dat ik weer helemaal in deze geschiedenis wordt meegenomen. Het lukte me bij de herdenking ook al niet om voldoende afstand te nemen om niet in het gebeuren mee te gaan. Ik had dan ook geen foto gemaakt van Hanna toen zei sprak. 

De reportage was niet in opdracht, ik had mezelf de opdracht gegeven. De organisatie had mij hiervoor toestemming gegeven. Ik had dus wat ‘luister- en kijk vrijheid’.

Gelukkig was er een collega fotograaf, Ger Jansens, die wel foto’s van Hanna had  gemaakt. Van hem mocht ik zijn foto gebruiken. Een prettige ervaring. Je kent elkaar niet, bent wel beide fotograaf en gunt elkaar de foto’s.

Dit brengt me weer bij foto’s van momenten die je niet wilt meemaken maar ook niet wilt missen. Momenten van verbondenheid en troost. Deze helpen je om de liefde voor elkaar en de overledene vast te houden. En de troost aan elkaar zichtbaar te houden. Dat wil je vastleggen als afscheidsfotograaf. Een uitvaart is ook een herdenking. Een herdenking van het leven van de overledene. Van de band die je met elkaar hebt. Die band blijft, ook al is de overledene niet meer in persoon aanwezig. Daarom is het zo belangrijk om goed afscheid te nemen. Het is ook een overgang. Een leven zonder de mens waar je zoveel van houdt. Waar je zoveel mee hebt gedeeld, waar je als nabestaanden zoveel gezamenlijke herinneringen hebt. Herinneringen die boven komen als je de beelden weer ziet. Beelden van troost en liefde voor elkaar. Die wil je niet missen.

 

Gedenken om niet te vergeten.